XESCO - BIKE-ALPIN TRANSSWISS
29 augustus tot 6 september 2009
DE DOELSTELLING
Het fietsen staat centraal: hoofdzakelijk berijdbare trails, dus noodgedwongen minder hoog in de bergen met langere afstanden om te compenseren. De te overwinnen hoogtemeters blijven daardoor identiek aan vorig jaar.

DE UITDAGING
Ten zuiden van het Bodenmeer en ten noorden van Liechtenstein, aan de Oostenrijkse kant van de Rijn, ligt Rankweil waar we s’ avonds afspreken voor het begin van onze Xesco TransSwiss. Deze zal onze groep tot aan het meer van Geneve brengen. We biken dus een weekje door de Zwitserse bergen en dat komt neer op een kleine 500 km en 14.000 hoogtemeter.
Dag 1: Rankweil – Nesslau: 62km-1.950hm
In de ochtend steken we al vroeg de Rijn over en dan fietsen we meteen in Zwitserland. Om uit het dal te geraken kiezen we de Resspas als eerste doel en opwarmer. Die pas is niet meer dan 1.350 meter hoog, maar we komen van ongeveer 500 meter hoogte. Ideaal om de eerste berglucht in onze longen te pompen. De afdaling brengt ons in het land van Appenzell. Dan is de Schwägalp ons doel. Terwijl we de helling aanvallen kijken we al op tegen het indrukwekkende Säntis massief. Die berg laten we links achter ons liggen wanneer we vanaf de Risipas naar het einde van onze eerste etappe fietsen, in een niet zo bekende streek die men “Toggenburg” noemt. Onze eerste 60 kilometers en ongeveer 2.000 hoogtemeters zitten er dan al op.
Dag 2: Nesslau – Muotatal: 69km-1.980hm
Het dal waarin Nesslau ligt verlaten we in zuidelijke richting. Al gauw gaat het gezapig omhoog naar een pas die Vorder Höhi wordt genoemd en van waar we een uitzicht hebben op de Glarner Alpen. Even op adem komen en dan suizen we een kleine 1.000 hoogtemeter naar beneden tot aan de oever van het Walenmeer. Een tiental kilometer door een dal brengt ons in de buurt van Glarus waar ons weer een duizendtal hoogtemeters wacht maar nu bergop. Onderweg is het stuk langs het Klöntaler meer een gelegenheid om wat te recupereren en het juiste ritme te vinden om de Pragelspas op 1.550 meter te overwinnen. De 900 hoogtemeters afdaling tot voor de deur van ons hotel in Muotatal zien we ook nog wel zitten.

Dag 3: Muotatal – Innertkirchen: 90km-2.200hm
Ons ontbijt verwerken we terwijl we “Hochi”naderen. Die pas is alweer ongeveer 1.500 meter hoog maar dat zijn wij ondertussen gewoon. Hochi loodst ons het weinig bekende dal van Riemenstalden in. Dat dal komt in Sisikon uit op een uitloper van het Vierwoudstedenmeer. We volgen nog kort de oever van het Urner meer en komen zo met onze neuzen in de richting van de Gotthardpas. Wanneer we geleidelijk zowat 500 hoogtemeters gewonnen hebben draaien we onze sturen echter rechts want wij willen over de Sustenpass. Dus moeten we door het Meiental omhoog het echte hooggebergte in. Gemakkelijk is de weg niet maar de beloning is navenant. De toppen zijn hier al 3.500 meter hoog en de Steingletcher willen we zeker fotograferen. Bij open weer zien we in de verte ook al de vierduizenders van de Jungfrau regio, die we nog van dichtbij zullen terugzien. O ja we staan hier op een hoogte van 2.250 meter en ons hotel vinden we straks op iets meer dan 600 meter. Iemand toevallig zin in een downhill ?
Dag 4: Innertkirchen – Interlaken: 73km-1.100hm
Innertkirchen ligt aan de zuidelijke kant van de zeer bezienswaardige kloof van de Aare die helaas zo nauw is dat we er met de fiets omheen moeten. Dat betekent extra hoogtemeters om richting Meiringen te komen. Dat nemen we erbij want we willen door het mooie Rosenlauidal (met de gelijknamige gletscher) omhoog tot op de “Grosse Scheidegg”. Die vinden we op ongeveer 2.000 meter hoogte en dus hebben we ondertussen al een kleine 1.600 hoogtemeters in de beentjes.
De enkele Zwitserse Postautos storen ons niet te fel en onze moeite wordt beloond want er opent zich hier één van de indrukwekkendste landschappen van de Alpen. Onder ons ligt het dal van Grindelwald, een hoteldorp met toeristen uit alle hoeken van de wereld. Uit het dal van Grindelwald rijst een rij vierduizenders op terwijl enkele gletschers langzaam naar beneden schuiven. De namen zijn niet van de minste : Wetterhorn, Eiger, Eigernoordwand, Mönch, Jungfrau : dat is hier geen verbeelding, het is echt ! De lezer is dus gewaarschuwd, de volgende afdaling is technisch doenbaar maar gevaarlijk. Iedereen zal worden afgeleid door het landschap en zeker de tegemoet komende postautobussen onderweg hebben de hele breedte van de weg nodig en gaan voor niets of niemand opzij (haha). Alleen al om onze dorst te lessen in Grindelwald gaan we aardig wat Zwitserse Frankjes nodig hebben, maar het is dan ook niet onze bedoeling er lang te blijven.
De “Kleine Scheidegg”, met het tussenstation van de tandradtrein naar de Jungfraujoch, ligt aan de andere kant van het dal, ruim duizend meter boven Grindelwald en is van beneden goed zichtbaar. Onderweg kunnen we ons soms op de spoorweg oriënteren maar is het toch opletten want ons doel is niet zichtbaar terwijl we stijgen. Boven aan het station op ongeveer 2.100 meter hebben we het niet gehad, o nee, we staan nu immers boven aan de beroemde “Lauberhorn” skipiste die eindigt in het autoloze bergdorp Wengen op ongeveer 1.200 meter. Twee omwentelingen met de pedalen en daar gaan we ! Vanuit Wengen zakken we nog verder af naar Lauterbrunnen en dan verwerken we onze emoties gedurende nog een twaalftal kilometer vlak door het dal, tot in Interlaken, de stad tussen twee meren.

Dag 5: Interlaken – Lenk: 69km-1.930hm
Vandaag fietsen we eerst een stuk langs de oever van het meer van Thun. Een paar honderd hoogtemeters erbij en we kunnen het Fruttigdal inrijden. De weg naar Kandersteg laten we links liggen en we kiezen voor een baantje door het Engstligendal dat doodloopt in Adelboden. Omdat Adelboden nog maar op ongeveer 1.350 meter hoogte ligt zijn wij nog niet dood. Toch zullen we een paar tandjes kleiner moeten schakelen wanneer we via het uiteinde van het dal langs een bergflank de Hahnenmoospas op ongeveer 2.000 meter willen oversteken. De pauze boven geeft ons gelegenheid de Wildstrubel te bestuderen die de Glacier de la Plaine Morte verbergt. De rest van onze etappe doen we met de ketting helemaal rechts en als onze remmen niet oververhitten zijn we in geen tijd beneden in een keteldal en aan ons hotel in Lenk, het laatste dorp in het Simmental.
Dag 6: Lenk – Saanen: 57km-1.450hm
Wanneer alle voorwielen in de richting wijzen van de Mittaghorn kunnen we vertrekken. Eerst is het rustig opwarmen maar al vlug moeten we rechts over onverhard en kruisen we talrijke virtuele hoogtelijnen die zeer dicht bij elkaar liggen. Ketting snel genoeg op het kleinste vooraan leggen of het gaat per fiets niet lukken tot boven op de Betelberg. Nu blijven we een hele tijd ter hoogte van boomloze bergkammen op ongeveer 2.000 meter. Dit is een geheimtip voor trailrijders. Ook na de Trütlisbergpas gaan we die heren en dames nog verwennen. In plaats van een klassieke afdaling gaan we hen nog een “special” serveren door een eenzaam zijdal, zodat het lekker lang duurt voor we weer zicht krijgen op de bewoonde wereld. Gstaad lijkt nu wel iets voor snobs en dus rijden we best nog enkele kilometers door naar het dorp Saanen waar bikers zich meer op hun gemak kunnen voelen.
Dag 7: Saanen – Meer van Geneve: 62km-1.520hm
Wanneer we Saanen verlaten kunnen we meteen ons beste Frans bovenhalen want het volgende dorp is Chateau d’Oex en de volgende pas is een col. We passeren de lokaliteit “Les Mossettes” en beginnen aan de eerder bescheiden col des Mosses. Hier staan we wel op een belangrijke waterscheiding. Tot hier liep alle water in de richting van de Noordzee, maar vanaf deze col loopt het water naar het Rhonedal zodat het uiteindelijk in de middellandse zee terecht komt. Zo ver gaan wij in deze week niet meer komen. Dus kiezen we voor een aantal van de beste trails die al uitkijken op het Rhonedal en op de bergen van Wallis aan de overkant. In Aigle zijn we dan via allerlei paadjes meer dan duizend hoogtemeters afgedaald. Het meer van Geneve is na nog een twaalftal vlakke kilometers de plek waar het spoor van onze TransSwiss op een passende manier gaat eindigen aan het water. Alleen onze dorst naar een volgend bike-avontuur krijgen we daar nog maar niet weggespoeld.
Voor de meer avontuurlijke bikers onder ons is er tijdens deze week een extra verrassing voorzien. Een gewaarschuwde biker….

HET PAKKET
In tegenstelling tot de vorige edities kunnen we geen totaalpakket met de avondmaaltijd inbegrepen voorstellen daar sommige van de overnachtingplaatsen niet die mogelijkheid bieden en we dus soms extern gaan moeten tafelen.
-5 overnachtingen in 3 sterrenhotel, 2-persoonskamer met douche en toilet.
-2 overnachtingen in 2 sterrenhotel, 2-persoonskamer met douche en toilet.
-1 overnachting in Gasthof, 2-persoonskamer met douche en toilet (mogelijk etage douche).
-8x ontbijt.
-Dagelijks vervoer van bagage.
-Begeleiding door professionele gids.
-Terugkeer in aangepaste en comfortabele autocar naar het vertrekpunt.
-Prijs per persoon: 1.025 Euro.
Ook dit jaar zullen er een aantal gezamenlijke tochten worden georganiseerd om de evolutie van de fysieke paraatheid bij te houden.
Geïnteresseerd ? Stuur een mail en je naam wordt op de voorlopige lijst ingeschreven. Maximum aantal deelnemers is 14.
|